19de -eeuwse anonieme gravure van onze lieve vrouwe in ’t zand te Roermond

19de -eeuwse anonieme gravure van onze lieve vrouwe in ’t zand te Roermond,  afkomstig uit een overzicht van Katholieke heiligdommen in Nederland. De gravure is 19,5 x 12,5 cm groot en zit in een passe partout. Het geheel is 31 x 23,5 cm groot. De prent is zeer gaaf.

Beschrijving

This post is also available in: English

OLV in het zand wordt in 1578 voor het eerst vermeld in de Kapel in ’t Zand in de Kroniek der stad Roermond, die liep van 1562 tot 1638. Het stond toen bekend vanwege gebedsverhoringen, ‘mit miraculen seer beroempt’. Men sprak van een ‘miraculeus bildtiën’ en bij zo’n bijzonder beeld hoort een opmerkelijk verhaal. Op die manier ontstond de legende van Onze Lieve Vrouw in ’t Zand. Deze legende werd voor het eerst opgeschreven door Joannes Georgius Guilhelmi in zijn boek Den Roomschen pelgrim (Roermond, 1699). De geschiedenis van de Kapel in ’t Zand. Schilderij in de sacristie van de kapel met van links naar rechts de vondst van het Mariabeeldje door de Poolse edelman Wendelinus, de verering van het beeldje en de bouw van een kapel voor het beeldje.

Een Pools edelman, die in de 15e eeuw leefde, Wendelinus geheten, had zijn vaderland verlaten om God in stille afzondering en onbekend te kunnen dienen. Na vele omzwervingen vond hij werk als schaapherder bij de pachter van Muggenbroekerhof. Dagelijks trok hij met zijn kudde naar een geliefkoosde plaats: een dorre, met hei begroeide zandheuvel, buiten de stad Roermond, ‘in gen Saende’, waarop zich een waterput bevond. Toen hij weer eens zijn kudde schapen wilde laten drinken en daartoe een emmer water uit de put omhooghaalde, zag hij in die emmer een Mariabeeldje liggen. Hij bevestigde het in een nisje aan een boom bij de put. Het beeldje ondervond zo’n grote verering vanuit de stad dat de pastoor van Roermond besloot het naar de ‘Moderkirck’ in de stad over te brengen. De volgende dag echter was het beeldje weer terug aan de boom bij de waterput ten teken dat O.L. Vrouw dáár, ‘in gen Saende’ vereerd wenste te worden. Vervolgens werd op plek waar het beeldje gevonden werd een kapel gebouwd.

Er was echter ook behoefte om deze opmerkelijke gebeurtenis te vieren en dus werd in 1785 het vinden van het beeldje vastgesteld op ‘ten minsten in ’t jaer 1435’, wat aanleiding gaf tot een groot 350-jarig jubileumfeest. Toen later bekend werd dat de kapel niet kort na 1435, maar in 1418 gebouwd werd, werd het jaar 1435 toch aangehouden. Op die manier werden in 1835, 1885, 1935 en 1985 nog jubileumfeesten gehouden. Vanwege het genadebeeldje groeide de kapel uit tot een bekend bedevaartsoord. De bedevaart naar Onze Lieve Vrouwe in ’t Zand gaat in ieder geval terug tot de 17e eeuw. De bedevaart naar Maria in ’t Zand is nog altijd een van de grootste in Limburg en daarmee in heel Nederland. Aan de kapel, in de negentiende eeuw vervangen door een grotere van de architect Johannes Kayser, is een groot klooster van de Redemptoristen verbonden.

Het beeldje zelf is afkomstig uit een atelier in Mechelen en is gemaakt kort na 1500. Het draagt als enige van de Nederlandse genadebeelden een soort tulband in plaats van een kroon (al is daarbovenop later alsnog een zilveren kroon geplaatst). Het was oorspronkelijk gepolychromeerd. Het voetstuk, dat wolken voorstelt, is in 1866 aangebracht. Het beeld werd vroeger, net als veel andere genadebeelden, gekleed en versierd. Het eerste bewijs hiervoor komt voor onder de uitgaven van de kapel in 1639. Op 15 augustus 1866 werd het op aandringen van deskundigen zonder kleding getoond. Dit vond algemeen zoveel bijval dat dit gebruik langzamerhand ophield.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Onze_Lieve_Vrouwe_in_%27t_Zand