Allereerste gronden der cijferkunst, Jacob de Gelder

100,00

Allereerste gronden der cijferkunst, Jacob de Gelder, Vierde druk. Nederlands, ’s-Gravenhage, 1830 Deel een, 179 pagina’s inclusief bijlage, 1833 deel twee 228 pagina’s inclusief bijlages. Uitgegeven door de gebroeders van Cleef. De band bestaat uit 3 delen, het derde deel bevat de uitwerkingen van de rekenkundige vragen uit deel 1 & 2. 85 pagina’s, de uitwerking is gedaan door G. Ramakers.

1 op voorraad

Artikelnummer: CS00567 Categorieën: , , , Tag:

Beschrijving

This post is also available in: English

Jacobus (Jacob) de Gelder (nabij Rotterdam, 22 november 1765 – Leiden, 10 oktober 1848) was een Nederlands wiskundige. Hij stond model voor een nieuwe opvatting over het nut en doel van wiskunde die gedurende de vroege negentiende eeuw in Nederland begon op te komen. De Gelder begon zijn carrière te Rotterdam, waar hij zich in de jaren vanaf 1790 afficheerde als ‘rekenmeester’ of ‘leermeester in de wiskunst’. Zijn eerste publicaties stammen uit 1791 en 1794. In de jaren van de revolutie (1796-1813) verliep het aantal leerlingen en moest hij omzien naar andere inkomstenbronnen. Zo was hij van 1802 tot 1806 betrokken als landmeter/wiskundige bij de cartering van Nederland door generaal Kraijenhoff, van 1807 tot 1810 was hij wiskundeleraar voor de pages van koning Lodewijk en in 1811 werkte hij voor de Belastingdienst. Hij verhuisde in die periode naar Den Haag en naar Amsterdam. In beide steden was een wiskundig genootschap actief waar hij direct als actief lid toetrad. Hij stelde zich op als actief voorvechter voor meer wiskundeonderwijs en publiceerde zijn eerste populaire lesboeken. Daarin ontpopte De Gelder zich als een voorvechter voor een theoretische inleiding in de wiskunde voor alle beschaafde burgers. Na de revolutie kwam hem in 1815 als vanzelf de post van professor in de hogere wiskunde aan de nieuw op te richten Artillerie- en Genieschool te Delft toe. Al snel bleken de theoretische ambities die De Gelder met zijn leerlingen nastreefde voor de commandant van de opleiding te ver te voeren. De ruzie liep dermate hoog op dat De Gelder in 1819 wegens insubordinatie op non-actief werd gesteld. De Gelder had echter machtige vrienden. Door bemiddeling van de minister van Onderwijs werd hij in 1819 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Leidse universiteit; vijf jaar later werd hij gewoon hoogleraar. Als hoogleraar was De Gelder betrokken bij de Leidse Latijnse school, waar hij korte tijd wiskunde doceerde maar wegens ruzie met de rector moest vertrekken, en bij de Leidse industrieschool (gelieerd aan de universiteit), waar hij beschrijvende meetkunde doceerde. Daarnaast verzorgde hij didactiekcolleges wiskunde en bleef hij lesboeken publiceren. Zijn cijferkunst, meetkunst en stelkunst (algebra) bepaalden het wiskundeprogramma aan de Latijnse scholen. Als hoogleraar had hij veel invloed op onderwijszaken: wiskunde werd een verplicht onderdeel in het curriculum van elke opleiding met een beroep op de vormende waarde die het vak geacht werd te hebben voor het verstand. In 1840, op 75-jarige leeftijd, ging De Gelder met emeritaat. Op 28 november van datzelfde jaar, bij de inhuldiging van Willem II, ontving hij de onderscheiding van Ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw. Hij overleed na een kort ziekbed. In 1792 trad hij in het huwelijk met Catharina van Rooijen. Uit het huwelijk kwamen acht kinderen voort, waarvan er slechts één de volwassen leeftijd bereikte.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jacob_de_Gelder

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Allereerste gronden der cijferkunst, Jacob de Gelder” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Andere suggesties…