Het huis te Heukelem en het huis te Heukelum van de andere zijde

25,00

Twee kopergravures op een blad. Het huis te Heukelem en het huis te Heukelum van de andere zijde door Hendrik Spilman naar Jan de Beijer. Ca. 1750. De afbeeldingen zijn ieder 9 x 7 cm groot en zitten in een passe-Partout. De prenten verkeren in goede staat, de bovenste prent heeft een oude vouw.

1 op voorraad

Artikelnummer: CS1022 Categorieën: , , , Tag:

Beschrijving

This post is also available in: English

Hendrik Spilman (Amsterdam, 17 februari 1721 – Haarlem, 3 februari 1784) was een Nederlands topografisch graveur, tekenaar en schilder. Hij was een leerling van Abraham de Haen (de jongere, 1707-1748). Spilman was in 1742 geregistreerd bij het Haarlemse Sint-Lucasgilde. Er zijn slechts weinige schilderijen van hem bekend, waaronder een “Het Korte Spaarne te Haarlem bij winter”, dat zich bevindt in het Haarlemse Frans Hals Museum. Wel zijn er veel tekeningen van hem bewaard gebleven, welke aantonen dat hij het land rondtrok om gebouwen en landschappen te schetsen, die later tot tekeningen werden uitgewerkt. Een voorbeeld is een schetsboek van zijn hand dat zich in het Rijksmuseum Amsterdam bevindt en waarin 65 schetsen van Noord-Brabantse dorpsgezichten en kastelen zijn opgenomen. Als zijn belangrijkste werk worden zijn schetsen in het topografische werk: Het Verheerlijkt Nederland beschouwd. Dit bij Isaac Tirion uitgegeven werk besloeg negen delen. Voor acht daarvan maakte hij in totaal ongeveer 800 gravures. Hiervoor gebruikte hij eigen werk, maar ook maakte hij gravures naar werk van Jan de Beyer, Cornelis Pronk, en Abraham de Haen. Ook het werk van Cornelis Ploos van Amstel diende hem tot inspiratiebron.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hendrik_Spilman

Jan de Beijer (Aarau (Zwitserland), 24 september 1703 – Emmerik, 15 februari 1780) was een Nederlands tekenaar van stads- en dorpsgezichten uit de 18e eeuw. Jan de Beijer werd geboren in Zwitserland, waar zijn vader Johan Jacob de Beijer huurlingen wierf voor de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Op zesjarige leeftijd verhuisde Jan de Beijer met zijn ouders naar Emmerik. Rond 1722 ging Jan de Beijer naar Amsterdam om bij Cornelis Pronk het tekenvak te leren. Cornelis Pronk (Amsterdam, 1691-1759) was toen de bekendste topografisch tekenaar van de Nederlanden. Naderhand woonde De Beijer in Emmerik en Vierlingsbeek van waaruit hij reisde om tekeningen te maken in Limburg, Gelderland, Oostelijk Brabant en het gebied van de Nederrijn van Emmerik en Kleef tot Uerdingen. Veel van zijn werken werden als illustratie in boeken opgenomen, waaronder “Het Verheerlykt Nederland”, een uitgave in 9 delen van 1745 tot 1774. Ook werden zijn tekeningen veel door particulieren gekocht.  In 1751 vestigde De Beijer zich in Amsterdam, waarna de nadruk van zijn werk op het gebied rond Amsterdam en Haarlem kwam te liggen. Veel van zijn werk uit deze periode is terug te vinden in De Atlas van Fouquet, een verzameling van 102 prenten van Amsterdam, uitgegeven door Pieter Fouquet (1729-1800). Na zijn werkzame periode in Amsterdam vertrok De Beijer naar het gebied rond Kleef (waar exact is onbekend). Volgens sommige bronnen overleed hij in Emmerik, maar ook Kleef en Doesburg worden genoemd als plaats van overlijden.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_de_Beijer

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Het huis te Heukelem en het huis te Heukelum van de andere zijde” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.