Portret van Gustaaf Willem Baron van Imhoff, door Pieter Tanjé

Portret van Gustaaf Willem Baron van Imhoff , gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, op 39-jarige leeftijd. Hij staat met de commandostaf in zijn hand bij een tafel, waarop een globe, in een kamer. Achter hem een knecht met een vogel op de hand. Door de poort links is een standbeeld van Mercurius, de god van de handel, en de zee met schepen te zien. De gravure is gemaakt in 1745 door Pieter Tanjé, naar een schilderij van Philip van Dijk. De afbeelding is 44 x 33 cm.  groot (exclusief tekst) Deze prent wordt geleverd in een wit passe partout, de totale afmetingen zijn 68 x 50 cm. De prent verkeert in zeer goede staat.

Bron: http://hdl.handle.net/10934/RM0001.COLLECT.337960

Beschrijving

This post is also available in: English

Pieter Tanjé (Bolsward, 15 februari 1706 — Amsterdam, 29 juni 1761) was een Nederlands graveur, etser, tekenaar en kopiist. Aanvankelijk was Pieter Tanjé een schippersknecht op de beurtvaart tussen Bolsward en Amsterdam. In zijn vrije tijd op het schip graveerde hij versieringen op tabaks- en snuifdozen. In Amsterdam leerde hij Jacob Folkema kennen, een beroemd graveur die eveneens uit Friesland kwam. Het succes van zijn tabaksdozen leidde tot het advies van Jacob Folkema, om zich aan de Amsterdamse Stadstekenacademie in te schrijven. Op 24-jarige leeftijd werd hij daar de leerling van Bernardus Picart, Jacob Houbraken, Cornelis Troost en Jacob de Wit. Zijn eerste grote werken waren twee prenten, gegraveerd naar schilderijen van Michele Rocca (ook Parmesianiny genoemd): Flora, zittend op de wolken (1734) en de orgelspelende St. Cecilia (1737). Daarna vervaardigde hij een groot aantal van allerlei soorten boekprenten, onder andere gravuren voor een prentbijbel van de boekhandelaar Isaak Tirion. Tanjé volgde met zijn gravuren veelal de tekeningen van Louis Fabricius Dubourg. Verder hield hij zich bezig met het graveren van afbeeldingen van bekende personen. Ook van de in die tijd moderne tekeningen en schilderijen maakte hij gravuren, bijvoorbeeld van werken van Cornelis Troost. Voor de Gemäldegalerie Alte Meister in Dresden vervaardigde hij acht gravuren van historische schilderijen. En voor het tweedelige boekwerk van Johan van Gool De nieuwe schouburg der Nederlantsche kunstschilders en schilderessen meer dan 100 afbeeldingen, voornamelijk naar portrettekeningen van Aart Schouman.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Pieter_Tanj%C3%A9

Philip van Dijk (Oud-Beijerland, 10 januari 1683 – Den Haag, 2 februari 1753) was een Noord-Nederlandse schilder, tekenaar en kunsthandelaar. Van Dijk werd 1683 in Oud-Beijerland geboren en aldaar op 31 januari 1683 gedoopt. Als zoon van lakenverkoper Adriaan Jacobs.van Dijk en Elisabeth Melsse van Wijngaarden. Hij werd als schilder opgeleid door Arnold Boonen in Amsterdam en door Adriaen van der Werff in Rotterdam. Naast schilder en tekenaar was Van Dijk ook kunsthandelaar. Van 1726 tot 1736 was hij hofschilder aan het hof van landgraaf Willem VIII van Hessen. Na 1747 werd hij hofschilder van prins Willem IV van Oranje. Hij was lid van het Sint-Lucasschildersgilde in Middelburg en van het genootschap Pictura in Den Haag. Van Dijk schilderde behalve schilderijen ook miniaturen en decoreerde met zijn schilderwerk interieurs van woningen. Hij schilderde portretten, historische en allegorische voorstellingen en genrestukken. Hij leidde diverse schilders en tekenaars op, zoals Jan Augustini, J.H. Bernards, P.M. Brasser, Jan George Freezen, Philip van de Linden van Dijk, Louis de Moni en Hendrik Pothoven. Deze laatste maakte een portret van hem als een voorstudie voor een prent van Jacob Houbraken. Van Dijk trouwde op 5 december 1708 met Geertruyd van Beekhuysen. Hij overleed in februari 1753 op 70-jarige leeftijd in zijn woonplaats Den Haag. Enkele maanden na zijn overlijden werd zijn verzameling schilderijen geveild. Ook de schilderijenverzameling van zijn echtgenote werd tien jaar later na haar overlijden in 1763 geveild. In 2015 heeft de gemeente Oud-Beijerland, op voorstel van de historische vereniging, besloten om een straat naar Philip van Dijk te vernoemen, de “Philip van Dijk Hof”.

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Philip_van_Dijk

Gustaaf Willem baron van Imhoff (8 augustus 1705 – 1 november 1750) was een Oost-Fries edelman die carrière maakte in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Van Imhoff was de zoon van Wilhelm Hinrich Freiherr von Imhoff en werd geboren in Leer, net over de huidige Duits–Nederlandse grens. Zijn moeder was een dochter van Jacob Boreel, een Amsterdamse burgemeester. Al vroeg trad hij in dienst van de VOC. Hij werd in 1725 als onderkoopman naar Batavia gestuurd en werd al snel bevorderd tot achtereenvolgens koopman (1726), opperkoopman (1729), waterfiscaal (1730) en buitengewoon raad van Indië (1731). Hij trouwde op 20 april 1727 te Batavia met Catharina Magdalena Huijsman. Na haar overlijden in 1744 kreeg hij bij een inlandse vrouw, Helena Pieters, nog vier kinderen, die door hem geëcht werden. Op 23 juli 1736 volgde hij Jan Maccare op als gouverneur van Ceylon. Van Imhoff bereisde het hele eiland, waarvan slechts delen in handen van de VOC waren, en maakte een einde aan de heersende onrust. Over zijn reizen deed Van Imhoff uitvoerig verslag aan zijn superieuren in Cochin, met als doel om goedkeuring te krijgen voor het door hem voorgestelde en gevoerde beleid. Dit reisverslag werd in 2007 uitgegeven door de Linschoten-Vereeniging. Van Imhoff was een vooruitstrevend man die in Sri Lanka herinnerd wordt als een van de betere en welwillende VOC-gouverneurs. Hij voerde bijvoorbeeld in 1737 het gebruik van de drukpers in, en in de jaren daarna verschenen er voor het eerst gedrukte geschriften in het Sinhala, onder andere een christelijk gebedenboek en een geloofsbelijdenis. Later zou ook een Sinhalese grammatica het licht zien. Van Imhoff liet ook voor het eerst kokospalmen planten op het eiland. Later zou een groot deel van de kust een ononderbroken aanplant van deze boomsoort te zien geven. Van Imhoff wist een goede verstandhouding met Narendra Simha, de Sinhala koning van Kandy op te bouwen. Koning Narendra Simha was getrouwd met een prinses van Madura en met zijn dood op 24 mei 1739 werd hij opgevolgd door zijn zoon Sri Vijaya Rajasimha, die door velen eerder als een Nayakkar Malabar (Tamil) gezien wordt dan een Sinhalees. Van Imhoff toont zich in zijn geschriften verbaasd omdat de Sinhala’s meestal neerkijken op de Tamils. Dit is de eerste vermelding van de controverse tussen Tamil en Sinhala. Van Imhoff is bezorgd dat de Zuid-Indische connecties van de nieuwe koning een bedreiging vormen voor het Hollandse handelsmonopolie. Hij ziet er echter ook een mogelijkheid tot verdeel-en-heerspolitiek in en stelt de VOC voor de tegenstelling tussen Tamils en Sinhalezen uit te buiten om het Rijk van Kandy te verdelen. Zij zien daar echter niet veel in, omdat de VOC niet graag bij weer een intern conflict betrokken raakt. Dat kost maar geld. Geld werd er aan de kaneelhandel veel verdiend, maar toch stond Ceylon (kunstmatig en met opzet) als verliespost op de begroting, omdat deze winst namelijk in de algemene rekening van de VOC verdween. Zo werd Van Imhoff als alle gouverneurs van het eiland voor spilzucht behoed. Op 12 maart 1740 werd Van Imhoff opgevolgd door Willem Maurits Bruininck en vertrok hij naar Batavia. Hij raakte daar al gauw betrokken bij een groot schandaal. De helft van alle koffiestruiken was gekapt en de suikermarkt was ingestort. Het merendeel van de Chinezen was daardoor werkloos geworden. De zittende gouverneur-generaal Adriaan Valckenier maakte zich grote zorgen. Hij probeerde een aantal van de Chinezen naar elders (Ceylon of de Kaapkolonie) te brengen. Al gauw ging het gerucht dat zij, eenmaal buitengaats, overboord gezet zouden worden en ontstond er een gevaarlijke opstand. Rondzwervende Chinezen vielen de poorten van Batavia aan. Valckenier liet een grote slachting aanrichten onder de Chinezen, waarbij tussen de vijf- en tienduizend omgebracht werden. In de Raad van Indië liep de ruzie over de schuldvraag zo hoog op dat Valckenier Van Imhoff, Elias de Haeze en Isaac van Schinne arresteerde en in januari 1741 naar Nederland stuurde. Daar aangekomen deed Van Imhoff het voorkomen dat Valckenier de grote boosdoener was. Valckenier zou hebben voorgesteld alle Chinezen om te brengen, Van Imhoff alleen diegenen die in het bezit van wapens waren. In de literatuur wordt de zaak voorgesteld alsof de beide mannen neven waren, maar daar is vooralsnog niets van gebleken. Op enkele uitzonderingen na waren alle Amsterdamse regenten in de eerste helft van de 18e eeuw familie van elkaar.

 

Valckenier had begin 1740 al ontslag gevraagd, maar kreeg pas februari 1741 bericht dat hij Van Imhoff zou moeten benoemen. Van Imhoff was enkele weken daarvoor op transport gesteld vanwege de interne onenigheid. Bij de Heren XVII presenteerde Van Imhoff ambitieuze plannen om de opiumhandel aan particulieren over te laten. Hij wist de bewindhebbers, waaronder Lieve Geelvinck, Balthasar Scott, Jan Reael en Gerrit Corver, te overtuigen en werd tot gouverneur-generaal benoemd. In oktober 1742 vertrok hij op het schip de Herstelder. Valckenier trad pas in november 1742 af en Johannes Thedens nam het gouverneur-generaalschap waar, tot de aankomst van een nieuwe gouverneur-generaal. Op reis naar zijn nieuwe post in Batavia deed Van Imhoff in 1743 de Kaapkolonie aan. Ook daar trof hij problemen aan: vele burghers trokken steeds verder het binnenland in en waren daar verstoken van enig onderwijs of zielzorg. Hij deed de aanbeveling om meer dominees uit Nederland te laten komen om te voorkomen dat de burghers geheel van het vaderland zouden vervreemden. In mei 1743 nam hij in Batavia het gouverneur-generaalschap over van Thedens en kon meteen aan de slag omdat er een opstand woedde als gevolg van de massamoord op de Chinezen. Ook een aantal Javaanse vorsten probeerde uit de verwarring een slaatje te slaan. Van Imhoff maakte snel een eind aan de chaos en ging voortvarend aan het werk. Valckenier liet hij opsluiten in het Kasteel van Batavia. Er kwam voor het eerst een postkantoor in Batavia. Hij stichtte Buitenzorg (Bogor), er kwam een Latijnse school, een ziekenhuis en een krant. Hij pakte de smokkel van opium aan door in 1745 de Amphioensociëteit op te richten. Hij hield van 24 maart tot 9 juni 1746 een inspectietocht over het hele eiland. Er kwamen bestuurlijke hervormingen, er werd een landraad ingesteld in Semarang en de handel werd gedeeltelijk vrijgesteld voor particulieren. Er waren ook tegenslagen. Het schip Hofwegen, voor anker op de buitenrede van Batavia, werd door bliksem getroffen en explodeerde. De lading bevatte zes ton zilver en vele andere waardevolle goederen ter waarde van zo’n 600.000 gulden, een kapitaal voor die dagen. Van Imhoffs voortvarendheid bracht hem ook veel vijanden. Hij trachtte zijn gezag over Java uit te breiden door te stoken in de dynastieke aangelegenheden van een aantal Javaanse vorsten en raakte zo betrokken bij de Derde Javaanse Successieoorlog. Dit was een ramp voor het Nederlandse gouvernement. Van Imhoff was zeker niet van schuld vrij te pleiten omdat hij weinig diplomatiek en met weinig respect voor de plaatselijke gebruiken te werk gegaan was. Hij besefte dat zelf ook en besloot af te treden. De VOC had zo snel geen opvolger die de moeilijke situatie op Java over kon nemen en dwong hem tot zijn dood in 1750 op zijn post te blijven. Zo moest hij aanzien dat veel van zijn verworvenheden weer tenietgingen.

 

Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gustaaf_Willem_van_Imhoff_(1705-1750)

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Portret van Gustaaf Willem Baron van Imhoff, door Pieter Tanjé” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *